Meerderjarig thuiswonend studerend kind

Sommige eigen kinderen en stiefkinderen van 18 jaar of ouder die studeren en bij hun ouder(s) wonen beschouwt de WWB niet als meerderjarig kind. Dit betekent dat zij niet tot het gezin van hun (stief)ouders behoren, zodat hun inkomen en vermogen en niet meetellen voor de bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstand van het gezin van de ouders.

Reden uitzondering

Sommige eigen kinderen en stiefkinderen van 18 jaar of ouder die studeren en bij hun ouder(s) wonen beschouwt de WWB niet als meerderjarig kind. Dit betekent dat zij niet tot het gezin van hun (stief)ouders behoren. Deze kinderen hebben een zelfstandig recht op bijstand als alleenstaande. Dit is zo geregeld om te stimuleren dat jongeren gaan studeren/naar school gaanbronnen.

Geen algemene bijstand

Een studerend kind dat niet als meerderjarig kind wordt aangemerkt heeft een zelfstandig recht op bijstand als alleenstaande. In de praktijk betekent dit dat het kind wel bijzondere bijstand kan krijgen, maar veelal geen algemene bijstand. Studerenden jonger dan 27 jaar die studiefinanciering kunnen krijgen, hebben namelijk geen recht op algemene bijstandbronnen.

Voorwaarden

Een eigen kind of stiefkind dat aan de volgende voorwaarden voldoet behoort niet tot het gezin, omdat de WWB hen niet als meerderjarige kinderen beschouwt:bronnen

  1. het kind is 18 jaar of ouder; EN
  2. het in aanmerking te nemen inkomen van het kind is niet meer dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand; EN
  3. het kind volgt uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs OF kan aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of komt in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en studiekosten.

Gevolgen uitzondering

Als een meerderjarig thuiswonend studerend kind aan bovenstaande voorwaarden voldoet, dan heeft dit als gevolg dat hij voor de toepassing van de WWB niet meer tot het gezin behoort. Hij krijgt een zelfstandig recht op bijstand als alleenstaandebronnen. Zijn inkomen en vermogen tellen niet meer mee bij de bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstand van de overige gezinsleden.

De overgebleven gezinsleden (inclusief de eventuele echtgenoot/partner van de studerende) beschouwt de wet nog steeds als gezinbronnen. Daarbij gelden de volgende regels voor de hoogte van de bijstand:

  • het gezin bestaat nog maar uit 1 meerderjarige: in plaats van een gezinsnorm geldt een norm voor een alleenstaande;
  • het gezin bestaat uit 1 meerderjarige en een of meer minderjarigen: in plaats van een gezinsnorm geldt een norm voor een alleenstaande ouder;
  • het gezin bestaat uit 2 meerderjarigen met of zonder minderjarigen: er geldt nog steeds een gezinsnorm (de hoogte hiervan kan echter zijn veranderd omdat de samenstelling van het gezin is veranderd door het wegvallen van de meerderjarige die nu een alleenstaande is).

Tussen de overgebleven gezinsleden hoeven dus geen familierechtelijke relaties meer te bestaan. Ook hoeft de gemeente tussen hen geen gezamenlijke huishouding aan te tonen. Bepalend voor het antwoord op de vraag wie er tot het gezin blijven behoren is de situatie inclusief de studerende.

Hoe bepaal je het in aanmerking te nemen inkomen?

Voor het bepalen van het inkomen van het meerderjarig thuiswonend studerend kind gelden de normale regels van de WWB. De belangrijkste zijn:

  • het gaat om netto inkomenbronnen;
  • vakantiegeld wordt apart berekend en ook meegeteldbronnen;
  • het inkomen uit studiefinanciering telt mee en wordt vastgesteld op het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud  plus, indien deze is toegekend, een partner- of éénoudertoeslagbronnen;
  • vergoedingen of tegemoetkomingen voor directe studiekosten op grond van de WWB tellen niet meebronnen. Directe studiekosten zijn: les- of cursus- of collegegeld, studieboeken, lesmaterialen, werk- en of veiligheidskleding en reiskosten.

Het inkomen van de echtgenoot/partner van de studerende telt mee in het kader van het recht op bijstand van de overgebleven gezinsledenbronnen.

Wat als het inkomen te hoog is?

Een thuiswonend studerend kind van 18 jaar of ouder dat aan bepaalde voorwaarden voldoet behoort niet tot het gezin. Zodra zijn inkomen meer is dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand vervalt deze uitzondering. Het kind is dan een gewoon meerderjarig kind. Zijn vermogen telt volledig mee bij de bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstand van het gezin. Zijn inkomen wordt meegeteld voor zover het meer is dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maandbronnen. Alleen het inkomen boven dit bedrag telt dus mee.

Partner van meerderjarig thuiswonend studerend kind

Een thuiswonend studerend kind van 18 jaar of ouder dat aan bepaalde voorwaarden voldoet behoort niet tot het gezin. Hij heeft een zelfstandig recht op bijstand als alleenstaandebronnen.

De echtgenoot/partner van de studerende blijft tot het gezin van de ouder(s) behorenbronnen. Zijn inkomen en vermogen tellen mee voor de bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstand van het gezin van de ouder(s).

Inlichtingenplicht meerderjarig thuiswonend studerend kind

Een thuiswonend studerend kind van 18 jaar of ouder dat aan bepaalde voorwaarden voldoet behoort niet tot het gezin. Hij heeft een zelfstandig recht op bijstand als alleenstaandebronnen. Dit betekent dat voor dit kind de algemene inlichtingenplicht niet geldt zolang zijn inkomen lager is dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand. Gedurende die periode kan de gemeente wel vragen hoe hoog het inkomen is op grond van de inlichtingenplicht voor personen die in dezelfde woning als bijstandsgerechtigden wonenbronnen.

Zodra het inkomen van de thuiswonende studerende meer is dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand gaat automatisch de algemene inlichtingenplicht geldenbronnen. De studerende moet dit dan dus meteen melden aan de gemeente. De IPSZ-redactie raadt gemeenten aan om dit expliciet en zo mogelijk schriftelijk te vertellen aan de thuiswonende studerende. Als dit niet gebeurt bestaat het risico dat hij zich later met succes erop kan beroepen dat de gemeente hierover nooit iets heeft gezegd. Dit zou wellicht tot problemen kunnen leiden als de gemeente bijstand wil terugvorderen.

Uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs

Een thuiswonend studerend kind van 18 jaar of ouder dat aan bepaalde voorwaarden voldoet behoort niet tot het gezin. Een van de voorwaarden is dat het kind onderwijs volgt dat door het Rijk wordt betaald. Het gaat daarbij in elk geval om de volgende vormen van onderwijs:

  • universitair onderwijs;
  • hoger beroepsonderwijs;
  • middelbaar beroepsonderwijs;
  • voortgezet algemeen volwassenonderwijsbronnen.

De rechter heeft bepaald dat ook deeltijdonderwijs aan de voorwaarde voldoetbronnen.

Voorbeelden

Voorbeeld 1:

Wendy (24) woont haar vader Karel (59). Wendy studeert rechten aan de Universiteit en krijgt studiefinanciering.

Normaal gesproken zouden Wendy en Karel een gezin vormen. Nu Wendy studeert beschouwt de WWB haar als alleenstaande (zie ook voorbeeld 2). Karel blijft de wet als gezin beschouwen, alleen geldt er voor hem geen gezinsnorm, maar een norm voor een alleenstaande.

Voorbeeld 2:

Janine (20) en haar geregistreerde partner Koen (23) wonen bij de Leon (42) en Marja (42), de ouders van Janine. Sinds een jaar volgt Janine een voltijds HBO-opleiding en krijgt ze studiefinanciering. Janine heeft verder geen inkomsten.

Als Janine niet zou studeren was er voor de WWB sprake van een gezin bestaande uit Janine, Koen, Leon en Marja. In dat geval zouden de inkomens en vermogens van alle vier de gezinsleden invloed hebben op het recht op en de hoogte van de bijstand.

Nu Janine studeert behoort ze mogelijk niet meer tot het gezin. Daarvoor is de hoogte van haar inkomen bepalend. Het inkomen van Janine bestaat alleen uit studiefinanciering. De WWB stelt dit inkomen op een bedrag voor levensonderhoud. Het exacte bedrag staat in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000. Tot 1 januari 2013 is dit € 604,15. Dit bedrag is lager dan € 1.023,42, de inkomensgrens voor meerderjarige thuiswonende studerende kinderen in de WWBbronnen. Dit betekent dat Janine niet langer tot het gezin behoort. Het gezin bestaat nu alleen nog uit Koen, Leon en Marja. Het feit dat er geen familierechtelijke relatie bestaat tussen Koen en de ouders van Janine speelt hierbij geen rol.


Deze pagina is voor het laatst aangepast op 12 januari 2012.

Uw vraag

De redactie van het IPSZ kan alleen vragen beantwoorden van bepaalde groepen betalende abonnees.

U bent momenteel niet als betalende abonnee ingelogd. Heeft u wel een betaald abonnement? Log dan eerst in via de link rechtsboven.

Wilt u geen vraag stellen, maar commentaar geven? Gebruik dan het aparte commentaarformulier.

Inloggen



Wachtwoord vergeten?

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

  • zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 05-04-2011, LJN: BQ3307
uitgebreide paginaversie tonen