Toeslag algemene bijstand

Een bijstandsuitkering bestaat uit maximaal 3 delen: norm, toeslag en verlaging. De toeslag is bedoeld voor alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 tot 65 jaar die hun bestaanskosten niet of slechts gedeeltelijk met iemand anders kunnen delen. De hoogte van de toeslag wordt bepaald door de gemeente. Gezinnen, jongeren van 18, 19 en 20 jaar en mensen die in een inrichting zitten krijgen geen toeslag.

Actuele en historische bedragen

Er zijn aparte overzichten van de actuele en historische bedragen van de toeslag algemene bijstand.

Wanneer recht op een toeslag?

De normen algemene bijstand voor alleenstaanden en alleenstaande ouders  van 21 jaar tot 65 jaar die niet in een inrichting zitten zijn eigenlijk te laag om van te leven. De gemeente moet deze daarom verhogen met een toeslagbronnen.

Geen recht op een toeslag

De gemeente mag alleen toeslagen geven aan alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 tot 65 jaar die niet in een inrichting zittenbronnen. Dit betekent dat de volgende groepen geen toeslag krijgen:

  • Gezinnen
    Zij krijgen een hogere norm. Als zij een woning met anderen delen, kan de gemeente deze meestal verlagen.
  • Alleenstaanden en alleenstaande ouders van 18, 19 of 20 jaar.
  • Alleenstaanden en alleenstaande ouders van 65 jaar of ouder.
  • Mensen die in een inrichting zitten.
    Zij krijgen een lagere norm die bedoeld is als zak- en kleedgeld.

Hoogte toeslag

De hoogte van de toeslag algemene bijstand voor alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 tot 65 jaar die niet in een inrichting zitten, hangt af van de vraag of zij hun woning delen met een of meer anderen. Als dat zo is kunnen ze kosten delen en hebben ze minder bijstand nodig. Na het bepalen van de toeslag op grond van het delen van de woning kan de gemeente deze om verschillende andere redenen weer verlagen. Dit geldt soms ook voor de norm.

Verdieping

De wettelijke grondslag voor het geven van een toeslag is dat de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander (artikel 25 lid 1 WWB 2012). Voor de praktijk komt dit echter neer op de vraag of de woning met een ander wordt gedeeld. Ook veel toeslagenverordeningen hanteren deze benadering. Zijn er echter juridische problemen met betrekking tot de toeslag, dan speelt natuurlijk de wettelijke grondslag een rol. Zie in dit verband ook de toelichting bij artikel 25 WWB.

De gemeente bepaalt zelf de hoogte van de toeslag. De regels hiervoor staan in een verordening die is vastgesteld door de gemeenteraadbronnen. Deze moet voldoen aan de eisen van de wetbronnen.

De hoogte van de toeslag wordt altijd uitgedrukt in een percentage van de norm voor een gezin waarvan alle meerderjarige gezinsleden jonger dan 65 jaar zijnbronnen: € 1.336,42 (geldig per 01-01-2012) netto per maand inclusief vakantiegeld.

Maximale toeslag

De toeslag is maximaal 20 procent van de gezinsnorm van artikel 21 lid 1 WWB 2012bronnen: dynvalue(WWB_25.2) onbekend! netto per maand inclusief vakantiegeld.

De maximale toeslag geldt voor alleenstaanden en alleenstaande ouders van 21 tot 65 jaar die hun woning niet delen met anderen of die hun woning alleen delen metbronnen:

Verdieping

Als het thuiswonende kind van 18 jaar of ouder studeert en op grond van de WSF 2000 ook een toeslag éénoudergezin of partnertoeslag krijgt, dan betekent dit dat hij een gezin vormt met zijn ouder, eventuele ten laste komende kinderen en eventuele partner, omdat zijn inkomen dan hoger is dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maandbronnen.

Het gemeentelijk beleid kan bepalen dat de maximale toeslag ook in andere gevallen geldt.

2 woningen

Deelt iemand een woning met een ander, maar heeft hij daarnaast nog een andere woning, waar hij niet (meer) woont maar wel nog voor betaalt, dan hoeft de gemeente hem volgens de rechter niet de maximale toeslag te geven. De kosten van de samen bewoonde woning kunnen immers nog steeds worden gedeeldbronnen

Lagere toeslag wegens delen woning

Deelt een alleenstaande of alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar zijn woning met een of meer anderen en heeft hij geen recht op de maximale toeslag, dan krijgt hij meestal een lagere toeslag. De hoogte hangt af van het gemeentelijk beleid.

Een lagere toeslag zou kunnen gelden als iemand zijn woning deelt met:

  • een kamerhuurder of kostganger (de gemeente zal dan wel moeten kijken of er niet toch sprake is van een gezamenlijke huishouding, dan geldt namelijk een gezinsnorm en dus geen toeslag);
  • één broer, zus, grootouder of kleinkind en bij één van beide familieleden is er sprake van een zorgbehoeftebronnen (zonder de zorgbehoefte is er sprake van een gezamenlijke huishouding zodat er een gezinsnorm geldt);
  • twee of meer broers, zussen, grootouders of kleinkinderen (woont er ook een ouder bij dan is er een gezinsnorm van toepassing).

Verdieping

Volgenss de rechter mag een toeslag wegens het kunnen delen van kosten met een ander niet op 0 procent worden gezet. Dat zou namelijk betekenen dat alle algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld. Hiervan is in beginsel echter alleen sprake bij een gezamenlijke huishoudingbronnen.

Lagere toeslag alleenstaanden van 21 of 22 jaar

De gemeente mag de toeslag van een alleenstaande van 21 of 22 jaar lager vaststellen als ze vindt dat deze een belemmering kan vormen voor het aanvaarden van werkbronnen. Hierdoor kan de toeslag eventueel ook op 0 procent uitkomen. Of er een lagere toeslag geldt, staat in het gemeentelijk beleid.

Verlagen norm en toeslag

De gemeente kan in 2 gevallen de norm en/of toeslag van een alleenstaande of alleenstaande ouder verlagen:

  1. als de woonsituatie zorgt voor lagere bestaanskostenbronnen;
  2. gedurende 6 maanden bij bepaalde groepen schoolverlatersbronnen.

Gemeentelijke regels

De gemeente bepaalt op basis van een verordening hoe veel toeslag een alleenstaande of alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar die niet in een inrichting zit krijgt. Gemeenten met een abonnement op de WWB-beleidsapp kunnen deze regels hier vermelden.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Corrie (45) deelt haar woning met haar kinderen Joep (17) en Tim (13) die beide op school zitten. Heeft Corrie recht op een toeslag algemene bijstand?

Corrie is een alleenstaande ouderbronnen. Omdat ze haar woning alleen deelt met haar ten laste komende kinderen heeft ze recht op de maximale toeslagbronnen.

Voorbeeld 2

Joep uit voorbeeld 1 wordt 18 jaar. Hij studeert inmiddels rechten aan de universiteit, maar woont nog steeds thuis. Verandert de situatie?

Het antwoord is afhankelijk van het inkomen van Joep. Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. Het inkomen van Joep is niet meer dan € 604,15 (geldig per 01-01-2011) netto per maand.
    Voor de WWB is Joep geen meerderjarig kind, zodat Corrie een alleenstaande ouder blijft. Vanwege de hoogte van het inkomen van Joep heeft ze recht op de maximale toeslagbronnen.
  2. Het inkomen van Joep is meer dan € 604,15 (geldig per 01-01-2011) en maximaal € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand.
    Voor de WWB is Joep geen meerderjarig kind, zodat Corrie een alleenstaande ouder blijft. Omdat zij de woning deelt met Joep bepaalt het gemeentelijk beleid de hoogte van de toeslag.
  3. Het inkomen van Joep is hoger dan € 1.059,49 (geldig per 01-01-2012) netto per maand.
    Joep is een meerderjarig kind die samen met Corrie en Tim een bijstandsgezin vormt. Er geldt de gezinsnorm van artikel 21 lid 2 onder b sub 2 WWB 2012.
Voor het bepalen van het inkomen uit studiefinanciering van Joep gelden speciale regelsbronnen.

Deze pagina is voor het laatst aangepast op 12 januari 2012.

Uw vraag

De redactie van het IPSZ kan alleen vragen beantwoorden van bepaalde groepen betalende abonnees.

U bent momenteel niet als betalende abonnee ingelogd. Heeft u wel een betaald abonnement? Log dan eerst in via de link rechtsboven.

Wilt u geen vraag stellen, maar commentaar geven? Gebruik dan het aparte commentaarformulier.

Inloggen



Wachtwoord vergeten?

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

Bronvermelding(en)

uitgebreide paginaversie tonen