Regeling maatschappelijke ondersteuning

Laatste wijzigingsdatum:  17-12-2013
Toon jurisprudentie
Toon regelingen die gekoppeld zijn aan deze wet

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2006, nr. DMO/SFI 2733429, houdende het aanwijzen van een rechtspersoon, instellingen en gegevens, regels met betrekking tot het registreren van werkzaamheden en wijziging van andere regelingen (Regeling maatschappelijke ondersteuning)


De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Gelet op artikel 9, eerste lid, onder b, artikel 16 en artikel 20, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:


§ 1 - Algemene bepalingen


Artikel 1.

In deze regeling wordt verstaan onder:


§ 2 - Aangewezen rechtspersoon en instellingen


Artikel 2.

  • 2.Als instelling als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet, voor zover het betreft het registreren van werkzaamheden betreffende maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt aangewezen Prismant, gevestigd te Utrecht.

  • 3.Als instelling als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet, voor zover het betreft het registreren van werkzaamheden betreffende verslavingsbeleid wordt aangewezen de Stichting Databeheer Zorg, gevestigd te Houten.


§ 3 - Aangewezen gegevens


Artikel 3.

Aangewezen gegevens als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de wet zijn:

  • a.gegevens over de wijze waarop de gemeente werkt aan de kwaliteit van de in het kader van de wet geleverde producten en diensten;

  • b.gegevens over de mate waarin de gemeente de ingezetenen betrekt bij de totstandkoming van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, voor ieder in artikel 1, eerste lid, onder g, van de wet genoemd onderdeel apart aangegeven;

  • c.gegevens over de methoden die de gemeente toepast om de ingezetenen actief te betrekken bij de totstandkoming van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en over de mate waarin de gemeente deze methoden toepast;

  • d.gegevens over de activiteiten die de gemeente onderneemt om het sociale klimaat en de leefbaarheid in wijken en buurten te bevorderen en over de mate waarin deze activiteiten worden uitgevoerd;

  • e.gegevens over de faciliteiten die de gemeente biedt bij opvoedondersteuning en over hoe vaak die faciliteiten worden geboden;

  • f.gegevens over diensten betreffende maatschappelijke ondersteuning die worden aangeboden door middel van een gemeentelijk informatiepunt over de maatschappelijke ondersteuning;

  • g.gegevens over de faciliteiten die de gemeente biedt op het terrein van cliëntondersteuning;

  • h.gegevens over de ondersteuning of de faciliteiten die de gemeente mantelzorgers biedt en over de mate waarin die ondersteuning of die faciliteiten worden geboden;

  • i.gegevens over de ondersteuning of de faciliteiten die de gemeente aan vrijwilligers biedt, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de ondersteuning of faciliteiten aan vrijwilligers in de zorg en die aan overige vrijwilligers;

  • j.gegevens over de wijze waarop en de mate waarin de gemeente de hulp bij het huishouden heeft afgestemd met zorgfuncties in het kader van de AWBZ;

  • k.gegevens over de soort voorzieningen waarvoor de gemeente een eigen bijdrage vraagt;

  • l.gegevens over de wijze waarop de gemeente het bedrag berekent dat als eigen bijdrage per persoon gevraagd wordt;

  • m.gegevens over de beschikbaarheid van de plaatsen in de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang in verhouding tot de vraag er naar;

  • n.gegevens over de activiteiten die de gemeente (of regio waartoe de gemeente behoort) onderneemt om vrouwenopvang te bevorderen en om huiselijk geweld te voorkomen en tegen te gaan;

  • o.gegevens over de activiteiten die de gemeente (of regio waartoe de gemeente behoort) onderneemt om de openbare geestelijke gezondheidszorg te bevorderen en dak- en thuisloosheid tegen te gaan;

  • p.gegevens over de ondersteuning of de faciliteiten die de gemeente (of regio waartoe de gemeente behoort) biedt voor de maatschappelijke zorg voor verslaafden en voor de beperking van de overlast door verslaving;

  • q.gegevens over de activiteiten die de gemeente (of regio waartoe de gemeente behoort) onderneemt op het terrein van verslavingsbeleid;

  • r.gegevens over een inschatting van de uitgaven die bij de uitvoering van de wet in het voorgaande jaar zijn gemaakt.


§ 4 - Registreren van werkzaamheden


Artikel 4.

  • 1.Een instelling waaraan financiële middelen worden verstrekt ten behoeve van maatschappelijke opvang of vrouwenopvang door een gemeente waaraan een uitkering wordt verstrekt op het terrein van maatschappelijke opvang of vrouwenopvang op grond van het eerste of tweede lid van artikel 20 van de wet, registreert de volgende categorieën gegevens:

    • a.demografische gegevens van de cliënt waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

      • 1°.het geslacht;

      • 2°.de geboortedatum;

      • 3°.de woongemeente;

      • 4°.de herkomst en de nationaliteit;

      • 5°.de burgerlijke staat;

      • 6°.verblijfsstatus;

      • 7°.het opleidingsniveau;

      • 8°.dagbesteding, bron van inkomsten en hoogte van schulden;

      • 9°.de woon- en leefsituatie;

    • b.gegevens over de situatie van de cliënt waaronder verstaan wordt gegevens betreffende:

      • 1°.problemen, waaronder psychische problemen en verslaving;

      • 2°.kwaliteit van leven;

      • 3°.de zorgbehoeften;

      • 4°.het zorggebruik, ooit en actueel;

      • 5°.GGZ-indicatie;

    • c.in- en uitstroomgegevens van de cliënt, waaronder gegevens betreffende:

      • 1°.initiatiefnemer/verwijzer bij aanmelding;

      • 2°.datum inschrijving;

      • 3°.uitvoering probleeminventarisatie;

      • 4°.reden geen probleeminventarisatie;

      • 5°.doorverwijzing na afwijzing (bij geen probleeminventarisatie);

      • 6°.hulpdoel;

      • 7°.aanbieding van dienstenaanbod;

      • 8°.reden geen dienstenaanbod;

      • 9°.doorverwijzing na afwijzing (bij geen dienstenaanbod);

      • 10°.soort, aantal en duur diensten;

      • 11°.reden beëindiging dienstenaanbod;

      • 12°.resultaat dienstenaanbod;

      • 13°.hulpdoel bereikt;

      • 14°.datum uitschrijving;

      • 15°. doorverwijzing na einde dienstenaanbod.

  • 2.De in het eerste lid bedoelde instelling registreert voorts de volgende gegevens:

    • a. het aantal beschikbare plaatsen in de instelling;

    • b. het aantal bezette beschikbare plaatsen in de instelling;

    • c. het aantal cliëntcontacten.

  • 3.Aan de te registreren gegevens dient een unieke cliëntcode te worden toegevoegd.


Artikel 5.

De op grond van artikel 20, eerste lid en tweede lid, van de wet aangewezen gemeenten dragen zorg voor de levering van de in artikel 4 bedoelde gegevens aan de in artikel 2, tweede lid, aangewezen instelling overeenkomstig de regels gesteld in het Handboek Registratie Maatschappelijke Opvang.


Artikel 6.

  • 1.Een instelling waaraan financiële middelen worden verstrekt ten behoeve van verslavingsbeleid door een gemeente waaraan een uitkering wordt verstrekt op het terrein van het verslavingsbeleid op grond van het eerste lid van artikel 20 van de wet, registreert de volgende categorieën gegevens:

    • a.demografische gegevens van de cliënt waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

      • 1e. het geslacht;

      • 2e. de geboortedatum of de leeftijd;

      • 3e. de woongemeente;

      • 4e. de herkomst en de nationaliteit;

      • 5e. het opleidingsniveau, de belangrijkste activiteiten en de bron van inkomsten en

      • 6e. de woon- en leefsituatie;

    • b. diagnostische gegevens van de cliënt waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

      • 1e. de wijze van aanmelding;

      • 2e. de aard, ernst en duur van de problematiek en

      • 3e. de aard, ernst en duur van het middelengebruik;

    • c. behandelgegevens van de cliënt, waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

      • 1e. de datum van inschrijving, van de start en van het einde van de behandeling en

      • 2e. het doel en de aard van de behandeling met inbegrip van het verstrekken van vervangende middelen, en het aantal hulpverleningscontacten;

    • d. evaluatiegegevens van de behandeling van de cliënt waaronder verstaan worden gegevens betreffende:

      • 1e. de reden van uitschrijving;

      • 2e. de evaluatie van het middelengebruik;

      • 3e. de mate waarin het doel van de hulpverlening is bereikt en

      • 4e. de verwijzing naar een vervolgbehandeling.

  • 2.De gegevens worden geregistreerd overeenkomstig het Landelijk Alcohol- en Drugsinformatiesysteem (LADIS) van de Stichting Informatievoorziening Verslavingszorg.


§ 4a - Uitkering aan mantelzorgers


Artikel 6a. Begrip uitkering

In deze paragraaf wordt verstaan onder:


Artikel 6b. Voorwaarden mantelzorguitkering

  • 1.Een mantelzorger ontvangt ter waardering van zijn werk een uitkering, indien:

    • a.door het CIZ of bureau jeugdzorg op of na 1 augustus 2009 aan een persoon een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen voor extramurale zorg in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, en

    • b.de onder a bedoelde persoon de desbetreffende mantelzorger als begunstigde voor de uitkering heeft aangewezen.

  • 2.Een indicatie is afgegeven met een geldigheidsduur van ten minste 371 dagen, indien aan een persoon meerdere indicaties zijn afgegeven:

    • a.waarvan de geldigheidsduur in het totaal ten minste 371 dagen bedraagt, en

    • b.de begindatum van elke indicatie niet meer dan 42 dagen na de einddatum van de daaraan voorafgaande indicatie is gelegen.


Artikel 6c. SVB verstrekt uitkering

De bevoegdheid tot het verstrekken van een uitkering als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, van de wet wordt gedelegeerd aan de SVB.


Artikel 6d. Aanvragen van uitkering

  • 1.De toekenning van een uitkering vindt plaats door de SVB naar aanleiding van een daartoe door de mantelzorger bij de SVB ingediende aanvraag.

  • 2.De SVB zendt een persoon als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onder a, een aanvraagformulier. De SVB vermeldt op het aanvraagformulier de datum van verzending.

  • 3.De aanvraag wordt door de mantelzorger ingediend uiterlijk drie maanden na de dag waarop het aanvraagformulier aan een persoon als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, onder a, is toegezonden of uitgereikt. De aanvraag is mede-ondertekend door die persoon.


Artikel 6e. Begunstiging

  • 1.Voor elke periode van 371 dagen dat een indicatie geldig is kan de in artikel 6b, eerste lid, onder a, bedoelde persoon één mantelzorger als begunstigde aanwijzen.

  • 2.De in artikel 6b, eerste lid, onder a, bedoelde persoon kan, met inachtneming van het vorige lid, na telkens een kalenderjaar na afgifte van de indicatie opnieuw een mantelzorger als begunstigde aanwijzen, indien de indicatie op die datum nog geldig is.

  • 3.Zijn er meerdere indicaties afgegeven als bedoeld in artikel 6b, tweede lid, dan geldt voor de toepassing van het vorige lid de oudste afgiftedatum.


Artikel 6f. Eén uikering per zorgvrager/zorggever

  • 2.Een mantelzorger kan per kalenderjaar slechts voor het bieden van zorg aan één persoon als begunstigde voor een uitkering worden aangewezen.


Artikel 6g. Hoogte uitkering

De uitkering bedraagt voor het jaar 2013 €200.


Artikel 6h. Uitbetaling

De uitkering wordt door de SVB betaald:

  • a.met betrekking tot aanvragen die voor 1 oktober van enig jaar zijn ingediend op of rond 10 november van dat jaar;

  • b.met betrekking tot aanvragen die na 1 oktober van enig jaar zijn ingediend, zo spoedig mogelijk.


Artikel 6i. Hardheidsclausule

De SVB kan de artikelen 6b en 6d, vierde lid, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.


Artikel 6j. Uitvoering door SVB

De SVB is belast met de rechtmatige en doelmatige uitvoering van artikel 19a van de wet en deze paragraaf, voor zover de uitvoering niet bij de minister berust.


Artikel 6k. Financiering SVB

  • 1.Aan de SVB worden de uitgaven door de minister vergoed van de uitkeringen die op grond van artikel 19a van de wet en deze paragraaf door de SVB zijn betaald.

  • 2.Aan de SVB worden de volgende kosten door de minister vergoed:

    • a.de uitvoeringskosten gemaakt bij de uitvoering van deze paragraaf;

    • b.de kosten die verband houden met het beëindigen door de SVB van de werkzaamheden ter uitvoering van deze paragraaf.

  • 3.Op de uitgaven komen in mindering de uitkeringen die zijn terugbetaald. Op de kosten komen in mindering baten die voortvloeien uit de uitvoering van deze regeling.


Artikel 6l.

Ten behoeve van de uitvoering van artikel 19a van de wet en deze paragraaf biedt de SVB aan de minister aan:

  • a.voor 1 oktober voorafgaand aan enig kalenderjaar een op het aantal te verwachten indicaties gebaseerde begroting van de in artikel 6k bedoelde uitgaven en kosten, alsmede van de te verwachten ontvangsten. De begroting behoeft goedkeuring van de minister;

  • b.voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar een aanvraag om een voorschot ten behoeve van komend kalenderjaar. De minister stelt de hoogte van het voorschot vast;

  • c.voor 1 maart van het lopende kalenderjaar een tussentijdse rapportage over het lopende kalenderjaar over de in artikel 6k, eerste en tweede lid, gerealiseerde uitgaven en kosten ten opzichte van de verstrekte voorschotten;

  • d.voor 15 juli een jaarrekening, een activiteitenverslag en een aanvraag tot vaststelling, bestaande uit een financiële verantwoording van de in artikel 6k bedoelde uitgaven, kosten en ontvangsten van het vorige kalenderjaar. De minister stelt de hoogte van het definitieve bedrag van de uitkeringen en uitvoeringskosten vast;

  • e.voor 15 juli van het jaar volgend op het kalenderjaar een verklaring van de accountant van de SVB overeenkomstig een door de minister vastgestelde modelverklaring. Ten behoeve van de accountantscontrole van de rechtmatigheid, met inbegrip van de getrouwheid, stelt de minister een controleprotocol vast.


Artikel 6m.

  • 1.Het boekjaar van de SVB is wat betreft de uitvoering van artikel 19a van de wet en deze paragraaf gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.Indien gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en ontvangsten en de begrote uitgaven en ontvangsten doet de SVB daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister onder vermelding van de oorzaak van de verschillen en onder overlegging van de relevante stukken.


Artikel 6n.

Ten behoeve van de controle van de in artikel 6k bedoelde uitgaven, kosten en ontvangsten verschaft de SVB desgevraagd aan de door de minister daartoe aangewezen ambtenaren van de accountantsdienst, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001, de voor deze controle benodigde informatie en verleent desgevraagd aan deze ambtenaren toegang tot en inzage in alle gegevens die bij de controle op enigerlei wijze een rol spelen.


Artikel 6o.

De SVB voert een zodanig ingerichte afzonderlijke administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de in artikel 6k, eerste en tweede lid, bedoelde uitgaven en kosten van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.


Artikel 6p.

  • 1.De SVB verstrekt desgevraagd aan de minister kosteloos de voor de uitoefening van zijn taak in verband met artikel 19a van de wet en deze paragraaf benodigde inlichtingen. De minister kan toegang vorderen tot en inzage vorderen in gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak in verband met deze wet redelijkerwijs nodig is en voor zover deze gegevens en bescheiden niet herleidbaar zijn tot gegevens en bescheiden over individuele personen.

  • 2.De minister is bevoegd de door de SVB verstrekte inlichtingen en de informatie verkregen uit de inzage in gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, te gebruiken, te bewerken en aan derden te verstrekken, voor zover deze niet tot gegevens van en inlichtingen over individuele personen herleidbaar zijn.


§ 5 - Wijziging van andere regelingen


Artikel 7.

Wijzigt de Regeling OCW dagarrangementen en combinatiefuncties.


§ 6 - Slotbepalingen


Artikel 8.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.


Artikel 9.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatschappelijke ondersteuning.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M. Ross-van Dorp

Uw vraag

De redactie van het IPSZ kan alleen vragen beantwoorden van bepaalde groepen betalende abonnees.

U bent momenteel niet als betalende abonnee ingelogd. Heeft u wel een betaald abonnement? Log dan eerst in via de link rechtsboven.

Wilt u geen vraag stellen, maar commentaar geven? Gebruik dan het aparte commentaarformulier.

Inloggen



Wachtwoord vergeten?

Uitgeverij Wering

Blijf op de hoogte